De prijs van zonnepanelen is de laatste jaren per eenheid sterk gedaald. De eenheid die hierbij gebruikt wordt is het piekvermogen van het paneel, uitgedrukt in WattPiek (WP), dat bereikt wordt bij optimale zoninstraling. Deze prijsdaling is het resultaat van steeds betere zonnepanelen met een hogere WP en een prijsreductie door de steeds grotere efficiency bij de productie en bij de installatie. 

Vaak wordt in de commerciële praatjes gesproken over de terugverdientijd, waarbij de investering wordt afgezet tegen de kosten van de electriciteit die bespaard wordt. Dit lijkt een goede manier om een keuze te maken, maar gaat voorbij aan de toekomstwaarde van PV panelen en van de woning.

Beter is om te kijken naar het financiële rendement dat de zonnepanelen opleveren en dat te vergelijken met de rente die voor financiering moet worden betaald en de rente die op spaargeld wordt ontvangen. Ter vergelijking: een terugverdientijd van 5 jaar komt overeen met 20%, een terugverdientijd van 12 jaar komt overeen met een rendement van ruim 8% en zelfs bij een terugverdientijd van 20 jaar is het rendement nog 5%. Hieruit blijkt dat investeren in zonnepanelen altijd een rendement oplevert, dat veel hoger is dan met sparen kan worden bereikt. 

De levensduur van panelen wordt afgemeten aan de terugloop van de opbrengst. Zodra de opbrengst de drempelwaarde bereikt, veelal op 85% gesteld, wordt de levensduur als beëindigd beschouwd. Voor goede panelen blijkt de levensduur boven de 25 jaar te liggen. Uit versnelde testen komen levensduren tot 40 jaar voor. De levensduur van minder goede panelen is veel lager. Er zijn panelen die al in 5 jaar zo sterk teruglopen dat vervanging aan de orde is. In Engeland eisen banken dat alleen goede panelen worden gebruikt, anders wordt geen financiering verstrekt. In Nederland hangt de financiering mede af van een onderhoudscontract dat voor de eerste jaren dient te worden afgesloten.

WBVM gebruikt alleen zonnepanelen van goede kwaliteit, zodat de aangegeven opbrengsten gerealiseerd worden